Another day at the office…

Beetje vreemde dag op maandag 23 november 2015

Vandaag rijden Sandra en Bert een dagdienst op de AD1 (Ambulance Dierenambulance 1) en de dag begint met een traan.

We moeten ’s ochtend direct met spoed naar de rivierenbuurt waar er melding is gemaakt van een klap waarna iemand een kat heeft zien wegvluchten in de achtertuin. Aangekomen verteld de beller ons dat ze de (witte) kat als laatst richting de schuurtjes heeft zien rennen.

We klimmen op de schuurtjes en zien een witte kat even verderop roerloos liggen. Nader onderzoekt wijst uit dat het beestje helaas overleden is. Onze theorie is dat de kat naar beneden is gevallen en zeer slecht is terechtgekomen. Als laatste actie is het diertje nog op het schuurtje geklommen, maar daar toch overleden. De kat heeft een geregistreerde chip waardoor we de eigenaren kunnen bellen. Ze wonen een paar huizen verderop en we gaan er direct naar toe om het slechte nieuws te vertellen. Dit is altijd een moeilijk moment, maar als de baasjes ook nog super aardig zijn en als je hoort dat de kinderen (nu niet huis, want naar school) dol op de kat zijn, wordt het altijd nog een tandje zwaarder. Dan blijkt ook nog dat ze het afgelopen jaar al afscheid hebben moeten nemen van een andere kat en ze erg gehecht waren aan deze. Tja, dan kan je samen wel decennia aan ervaring hebben; medeleven blijf je houden en we hebben erg te doen met deze lieve mensen. We nemen Avalon (ook nog zo’n mooie naam…) mee naar de dierenambulance om te bewaren, zodat als de kinderen de kat nog willen zien en afscheid nemen, dat op een later tijdstip kan.

We hebben al vaker gezegd dat ons werk zich kenmerkt door afwisseling en dat blijkt wel weer uit de volgende rit.

We moeten naar de Plantage buurt om een mevrouw te helpen die erg geschrokken is omdat ze en paar hagedissen in de kast heeft gevonden. Oké. Het is vlak bij Artis, er zal toch geen uitbraak zijn geweest? Aangekomen bij het huisadres worden we binnengelaten door een erg overstuur zijnde mevrouw die niet eens in de buurt van de kast durft te komen. Voorzichtig benaderen we de kast en Sandra doet een deurtje open. Ze ziet direct iets en beweegt richting de kleine diertjes, twee stuks. De ‘hagedissen’ bewegen niet terug en als Sandra er één voorzichtig vastpakt begint ze al snel te lachen. Het blijken speelgoeddiertjes van plastic te zijn! Hilariteit ten top en de vrouw des huizes kan er ook hard om lachen, alhoewel ze zich een beetje geneert. Waarschijnlijk hebben haar dochters ze daar laten liggen en we maken nog een paar (hilarische) foto’s als aandenken.

 

Nu gaan we naar Zeeburg waar een zwaan al vier dagen op één en dezelfde plek zit en dat is niet goed. Prima, wij ernaar toe en als we aangekomen zien we de zwaan inderdaad zitten in het gras, niet ver van de waterkant…. We benaderen we de zwaan voorzichtig en ja hoor, de zwaan staat op, draait zich om en rent het water in. Diepe zucht. Zo erg gewond was hij dus niet. Omdat Sandra dacht dat de zwaan toch niet helemaal lekker liep, zal ze morgen tijdens haar dienst nog een keer langs rijden om te kijken of hij er weer zit.

Hierna mogen we, nadat we een paar meeuwen in Slotervaart en een agapornis in Noord hebben opgehaald (later naar vogelopvang de Toevlucht gebracht), eerst een klinische rit doen bij een zeer oude meneer in de Staatsliedenbuurt. Hij moet met de kat naar de dierenarts en we mogen de kat eerst vangen en in een kooitje stoppen. Dat gaat allemaal voorspoedig en met dit soort ritten zijn we meer en soort sociale dienst die meneer begeleiden en veilig van en naar de dierenarts brengen. Vaak erg leuk en dankbaar.

Dan krijgen we een mogelijk ‘spectaculaire’ rit; een kat zit langs de A10 het verkeer te regelen ter hoogte van de VU. Hij zit nog wel achter de vangrails op een richeltje, maar als die besluit de weg op te lopen dan kan, behalve dat de kat wordt aangereden, er ook een ongeluk veroorzaakt worden door remmende en uitwijkende auto’s. Honden, katten en zwanen hebben hier zo nu en dan een handje van en de beheerder van de snelweg, Rijkswaterstaat, neemt dit erg serieus. We mogen ook niet zomaar met onze oranje zwaailampjes op de vluchtstrook rijden en/of stilstaan; dit is levensgevaarlijk en als we het doen is het in overleg met en na goedkeuring van Rijkswaterstaat. Omdat ze op de camera’s die langs de weg staan dit keer de situatie niet goed kunnen inschatten moeten we wachten op een inspecteur die ons in zijn auto zal begeleiden. In zijn opdracht kunnen we ook een rood kruis krijgen, zodat een rijbaan autovrij wordt (in theorie dan; er zijn altijd automobilisten die of blind of asociaal zijn en gewoon doorrijden). Deze keer loopt het met een sisser af; in de tijd die we nodig hebben om alles veilig te regelen heeft de slimme kat zijn biezen gepakt en is verdwenen. Geen idee waarheen, want er staat een heel lange dichte muur en op de A10 is die ook niet te bekennen. Wij bedanken Rijkswaterstaat nog een keer en rijden voor de zekerheid naar de achterkant van de geluidswal om te kijken of we de kat daar zien. Die zien we niet, maar we worden wel aangesproken door iemand van de gemeentedienst Amsterdam; de mensen die de stad schoon en mooi houden.

De volgende rit rijden we dus achter de auto van de gemeente aan; de chauffeur heeft een grote vogel gezien die zich vast heeft gevlogen in een hek (!?); hij weet niet of de vogel nog leeft. Aangekomen bij een bouwterrein aan de Zuidas zien we aan een hek inderdaad een morbide gezicht. Een Aalscholver lijkt wel gekruisigd aan het hek te hangen. Bizar. Als we de vogel (die al een tijdje overleden is) van het hek halen, denken we dat die daar door grappenmakers is opgehangen. De vogels zit te geknutseld vast en we kunnen ons niet voorstellen dat je zo vast komt te zitten als je aan komt vliegen. Vreemd.

De meldkamer komt nu door met een rit onder het motto ‘wat moeten we hier nu mee?’ Een meerkoet heeft zich in Slotermeer in het water tussen 2 sluisdeuren genesteld…

Foto 6 meerkoet

Omdat een meerkoet niet zonder aanloopje en lang kan vliegen en de kade wal wel 2 meter hoog is, kan die hier niet zelf uitkomen. Via Waternet weten we dat deze sluisdeuren niet kunnen worden bediend en we gaan dus proberen de meerkoet te vangen. Makkelijker gezegd dan gedaan; muren van 2 meter hoog en water van 10 meter breed en 40 meter lengte. Onze collega’s van de andere ambulance komen helpen en met vier mensen met schepnetten hopen we een kans te hebben. Nou, om een lang verhaal kort te maken; de meerkoet heeft ons lopen dollen en na drie kwartier zwoegen geven we het op. Het is inmiddels ook donker geworden en we moeten terug voor de wisseling van dienst. Sandra werkt morgen ook en net als bij de zwaan zal ze ook hier weer gaan kijken.
(wat ze dinsdag ook doet, en hoe is het mogelijk; de meerkoet is verdwenen!?)

‘Another day in the office’ betekende vandaag weer een lach en een traan, maar bovenal een gevoel van ‘het lukt niet echt’. Zwaan loopt weg, kat verdwijnt, plastic hagedissen, meerkoet laat zich niet vangen en een wel erg bijzonder hangende Aalscholver. Het hoort er allemaal bij en dat is waarom we zo houden van ons werk; mooi in droefheid, bevredigend in teleurstelling en dankbaar voor het gewone.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie