Zaterdag 11 oktober 2014

Waarom zit ik om zeven uur ’s avonds aan een drie dubbele whisky? Nee, ik ben geen alcoholist. Wat ging er mis vandaag? Dagdienstje dierenambulance heb ik vaker gedaan. Vrijwilliger ben ik al jaren. En we zijn toch wel gewend aan een portie ellende. Dat is nou eenmaal onderdeel van het werk bij een (dieren)ambulance.

Het weer was prima voor een oktober zaterdag; we rijden op de AD1 (mijn ‘favoriete’ ambulance), mijn collega op de auto is leuk en goed en ik houd van het werk dat voor mij meestal als ontspannend werkt. Kortom, daar ligt het allemaal niet aan.

Een werkdag is van negen uur tot zes uur, dus we zijn per dienst negen uur bezig stad, mens en dier te helpen. Er kan van alles gebeuren en door de bank genomen kan toch wel gesteld worden dat die negen uur garant staan voor afwisseling. Allerlei soorten vogels, honden, katten; overleden en levend en zo nu en dan een ‘exoot’ ertussen door zoals egels, vleermuizen, een slang, bunzing, vos en wat al niet meer. En dat dan allemaal gelegen in de mooiste, meest complete en energiekste stad van Nederland/Europa/de wereld. Ja, best wel interessant en afwisselend werk.

De ‘krek’ in bovenstaande alinea zit in de woorden ‘overleden en levend’. Alles levend op de auto krijgen en houden lukt meestal niet, maar als dat wel lukt tijdens zo’n lange dienst dan heb je een top dag. De andere kant van de medaille is dat alles dood (sorry, wij zeggen overleden) is of gaat. Dat komt gelukkig niet vaak voor, maar ze zitten ertussen. En ook in het hoofdstuk ‘overleden’ zijn gradaties; wat tref je aan en hoe overlijdt het dier.

11 oktober begon met een aantal overleden vogels en 2 katten en zo werkten van 9 uur ’s ochtends onze weg door naar een uur of twee ’s middags. Ondanks de weinig florissante ritten was de sfeer goed en je probeert met gesprekken en een enkele grap om de stemming erin te houden. (we staan voor het rode verkeerslicht; bijrijder zegt ‘het is groen’; chauffeur wacht even, getoeter negerend, en zegt dan hoopvol ‘een kikker?’ ja, je maakt wat mee op de dierenambulance…)

En dan komt de volgende melding binnen via de mobi: “ …..gracht …, eigenaar met overleden kat uit de wasmachine”!? Echt? We hebben er wel over gehoord van collega’s maar wij, samen toch goed voor 13 jaar DA, hebben het nog niet meegemaakt; kat in wasmachine.
Als we aankomen op het adres staat een man ons buiten op te wachten; naar we vernemen een goede vriend van de eigenaar van de kat. Hij staat er beduusd bij. We komen binnen en we maken kennis met de bewoner. En hier schieten woorden te kort. De man is emotioneel kapot, huilt, en is ten einde raad. Op de grond ligt een drijfnat hoopje kat. Natte haren wat eens een lief beestje was; een Britse kort-haar van 4 maanden oud. In een plas water. We kijken het beestje na en kunnen niks meer doen. We leggen een meegebrachte handdoek er overheen; alleen het zien is al hartverscheurend.
Wat is er in hemelsnaam gebeurd? De (ex)vriendin van de man met de twee kinderen hebben sinds een paar maanden een nieuwe kat. Het beest doet het super en de kinderen zijn er dol op. Maar ze gaan een week op (vlieg) vakantie naar vrienden. Omdat de relatie goed is, zal de kat de week doorbrengen op het adres waar we nu zijn. De kat wordt vrijdag avond 10 oktober gebracht. Zaterdag ochtend 11 oktober vliegen vrouw en de kinderen weg.

Zaterdag ochtend. De man gaat sporten. Als hij thuis komt gaat hij op zoek naar de kat. Waar kan dat kleine mormel toch verstopt zitten? Als hij de kat niet kan vinden begint het te knagen. Er zal toch niks gebeurd zijn? Dan hoort hij beneden de wasmachine draaien. Het kan toch niet? Voor het raampje van de machine zittend ziet hij eerst niks anders dan de was. Dan denkt hij iets anders te zien. Het kan toch niet? Of toch. Hij rent naar de gereedschapskist en haalt een hamer. In paniek slaat hij het raampje in. De was en veel water gutsen naar buiten. Tussen de was ontdekt hij een pluk haren. Oh mijn God, nee! De ergste nachtmerrie wordt waarheid. Daar ligt de kat, dood.
We zullen nooit weten hoe en wanneer dat speelse katje zich in de wasmachine heeft genesteld. Maar de onvergefelijke waarheid ligt druipend aan zijn voeten. Hoe erg kan iets zijn? De gedachten aan de kat. Het schuldgevoel van de man (wat had hij anders moeten doen?). Hoe vertel ik het aan haar en de kinderen (op 10 uur vliegen van hier; ze zitten nog in de lucht op het moment dat wij er zijn). En, wanneer vertel ik het; direct of als ze terug zijn?

En wij als bemanning? Hoe overbodig kan je je voelen? Mijn collega ontfermt zich over de eigenaar. Ik praat met de vriend. Uiteindelijk moeten wij ook weer verder. Mijn hemel, soms benijd ik iemand echt niet. Maar we moeten verder en nemen de kat mee (voor bewaar bij de DA) en laten hun achter. Ik ben er kapot van en heb het echt even moeilijk. Moet je voorstellen hoe hij het heeft. De gedachten aan de kat laten me maar niet met rust.

We rijden weg en dan weer de realiteit. De mobi kraakt: “aangereden hond in Noord, spoed”. Shit, op zaterdagmiddag vanaf de Stadhouderskade. Alles staat vast. Rustig blijven, geen brokken maken en snelste route bedenken. We komen er door en de aanrijdtijd valt nog mee. De hond, een Engelse Bulldog, leeft nog. Wat is er gebeurd? Auto overheen gereden toen de hond plotseling overstak. Welke auto? Shit, die 2500 kilo zware Amerikaanse SUV? Ja. Hond snel nagekeken, ademhaling zwak. Netjes op rug-letsel-plank geschoven, op de brandcard in de auto, snel zuurstof toedienen om ademhaling te vergemakkelijken. Baasje gaat mee en zit achterin met mijn collega. Nu snel onderweg naar het Medisch Centrum voor Dieren Amsterdam.
We zijn nog geen halve kilometer bij het MCvD vandaan als ik mijn collega hoor zeggen ‘ik denk dat die overleden is’. Gaat er vandaag dan echt niks goed? Toch snel naar binnen bij het MCvD en een dierenarts staat klaar om te helpen. Maar het is te laat, de hond is dood. Nu dringt het tot het baasje door wat er is gebeurd en komen bij haar de emoties los. En daar staan wij weer met ons goede gedrag. Het is inmiddels half zes en als we ons weer melden op de auto dan horen we dat we retour mogen komen. Het is heel stil op de terugweg.

Wat kunnen we nog doen? Administratie en de auto schoonmaken natuurlijk, zoals altijd aan het einde van je dienst. En het dode katje? Die ligt drijfnat in de zak die de koeling/vriezer in gaat omdat het beestje bewaard blijft totdat de eigenaren volgende week terug zijn. Misschien willen ze nog afscheid nemen en de kat zien. Maar hoe ziet de kat eruit naar een week drijfnat in de koeling.
We besluiten met föhn en kam het beestje ‘opbaring klaar’ te maken. Na een half uur föhnen en kammen is de kat bijna weer tot leven gekomen. Wat een mooi klein beestje. We wikkelen hem in het mooiste dekentje dat we kunnen vinden en als je niet beter zou weten, zou je denken dat hij ligt te slapen. Als de eigenaren besluiten dat ze de kat nog willen zien, zien ze hem in elk geval hoe die was: mooi, klein, pluizig, lief & aaibaar. Thuisgekomen denk ik maar aan één ding; ik heb een borrel nodig.