Lang Leve de Brandweer op Koningsdag!

Het is een druilerige Koningsdag 2016.
Collega Ronald en ik rijden naar een park in Amsterdam Oost, waar een hondje verdwenen is. De eigenaar is al ruim een uur aan het zoeken naar haar Jack Russell. We parkeren de ambulance op een bruggetje en lopen naar de eigenaar. Haar twee andere honden beginnen direct aan onze schoenen te ruiken. “Hij was aan het snuffelen bij een konijnenhol onder de brug en ineens was hij verdwenen”, vertelt ze, uiterlijk kalm maar in haar ogen zien we de paniek. “Hoe lang is dat geleden?” vraagt Ronald. “Ruim anderhalf uur nu”, zegt ze. “En ik heb hem ook niet meer gehoord.” Ronald en ik denken hetzelfde: “Kleine kans dat het beestje nog leeft, als hij vastzit in een konijnenhol.” Sommige kleine honden, zoals Jack Russells, duiken in een hol om een konijn te vangen. Als dat te diep is, komen ze er zonder hulp niet meer uit. We gaan dan meestal op het geblaf af. Deze keer is het echter doodstil.

Ronald is inmiddels alle konijnenholen aan het bekijken. We kunnen er twee afschrijven: de ene loopt zichtbaar dood en de andere is veel te klein voor een Jack Russell. Dan blijft er één konijnenhol over. Ronald probeert met onze kleine schep het hol verder uit te graven, maar dat gaat moeizaam. De eigenaar loopt rusteloos heen en weer, haar andere hondjes dribbelen achter haar aan. Ik stel me al voor dat we een levenloos hondje uit het hol halen. “Weet je wat we doen?” zegt Ronald ineens. “We bellen de brandweer. Wij komen niet verder met deze schep en we moeten nog meer ritten doen.” Ik neem contact op met de meldkamer. De brandweer wordt gebeld en binnen tien minuten zijn ze ter plaatse. En hoe! Er stoppen twee wagens waar zes potige brandweermannen uitstappen. Gewapend met scheppen komen ze op ons af. “Nou mevrouw, zeg het maar!”, klinkt het monter. Ik leg uit dat we alle konijnenholen hebben bekeken en dat we bijna zeker weten in welk hol het hondje verdwenen is. Drie mannen beginnen meteen te graven.

brandweer
Ik drentel er omheen, nu wil ik ook weten of ze de Jack Russell kunnen vinden. (Stiekem vind ik het ook wel leuk om naar die stoere mannen te kijken.) Maar Ronald is onverbiddelijk: we moeten door. We vragen de eigenaar of zij de meldkamer wil bellen als haar hond gevonden is. Het is druk op Koningsdag. Veel dieren hebben onze hulp nodig. Terwijl we met meerdere vogels onderweg zijn naar vogelopvang De Toevlucht neem ik weer contact op met de meldkamer. “Heeft de eigenaar van het hondje in het park nog gebeld?” vraag ik. “Ja!” roept de centralist blij. “Die is gezond en wel uit het hol gehaald! De eigenaar was helemaal in tranen toen ze belde. Ze bedankt jullie en natuurlijk ook de brandweer.” Ik kijk verbouwereerd naar Ronald. “Die hond heeft geluk gehad. Blijkbaar was er nog genoeg zuurstof in het hol”, zegt hij. Opgelucht vervolgen we onze weg. Vandaag is het voor ons niet ‘Lang Leve de Koning’, maar ‘Lang Leve de Brandweer!!

Margreet van Litsenburg