De oppas en Sushi

Op een van de eerste echte herfstavonden in oktober, reden collega Jacques en ik stapvoets door de drukke straten van Amsterdam. De zon ging net onder toen we een melding kregen van onze collega op de centrale.

De oppas krijgt de kat niet te pakken en ze hebben over een half uur een afspraak bij de dierenarts” kraakte het door de portofoon. “Kunnen jullie gaan helpen?

Jacques en ik keken elkaar aan. Een niet-willende kat vangen kan een heel pittig klusje zijn. Maar natuurlijk helpen we daar waar we kunnen en gaan we een beetje uitdaging zeker niet uit de weg. “We gaan er nu meteen heen” gaf ik aan de centrale door.

Een korte tijd later parkeerden we de ambulance aan de Prinsengracht. Hijgend kwamen we aan op de 4e verdieping van een prachtig oud pand waar bij binnenkomst drie paar ogen naar me opkeken. De meest opvallende ogen waren van een prachtige grijze kater die met enorme pupillen en gespitste oren naar mijn collega en mij keek.

De eigenaresse van de kat is op een zonnig eiland aan het genieten van een vakantie. Wij passen een paar dagen op haar woning en op de kat” zei een van de twee aanwezige dames. Ze wees naar de prachtige kater. “Hij heet Sushi. Hij mag de gang niet op omdat het boefje geen mogelijkheid voorbij laat gaan om dan stiekem bij de buren naar binnen te glippen. Hij racet dan over alle meubels heen om zich vervolgens te verstoppen achter de geraniums. De buurvrouw houdt niet van kattenharen op haar bank” zei ze.

Toen ze die avond de deur open had gedaan, zat de kat al klaar om naar buiten te sprinten. Dus, snel trok ze hem weer dicht…. alleen had Sushi al een pootje buiten gezet. Aiaiai, pootje tussen de deur. Hoewel de kat nog prima kon lopen, verloor hij wel wat bloed en werd zijn pootje al snel dik. Anderhalf uur lang hadden de twee oppassers de kat proberen te vangen. Ze hadden gewacht, lief gepraat, met brokjes gelokt, gesmeekt en uiteindelijk, uit pure paniek, de achtervolging ingezet. Maar het mocht niet baten, dus de hulptroepen werden gebeld.

En daar stonden we dan.

Ok, een plan van aanpak.” Ik keek naar een deur links van ons. “Kunnen jullie in die kamer wachten? Hoe minder mensen in de woonkamer, hoe beter.” “Prima, maar de kat moet vooral op de bovenverdieping blijven” zei een van de dames.

Ik keek naar de open trap achter me. Op de kleine overloop beneden bevond zich enkel de voordeur en een reeks verwarmingspijpen waar de kat zich goed tussen kon verschuilen. Er was amper genoeg plek om met z’n tweeën op die kleine overloop staan. Laat staan een kat pakken die niet mee wil werken. Want vergis je niet: een dier dat pijn heeft en bang is, bijt en krabt veel sneller dan je denkt. Ondanks onze speciale kattenhandschoenen gebeurt het toch nog dat een volwassen kat dwars door zo’n handschoen heen bijt. En voor je het weet sta je te kijken naar een (mensen)arts die een tetanusprik in je bil wil zetten. Auw!

Snel bouwden we met z’n vieren de opening zo goed mogelijk dicht met grote kussens van de bank. Zodra de dames in de slaapkamer zaten, probeerde ik de kat te kalmeren door rustig tegen hem te praten. Mijn collega Jacques benaderde hem met veel geduld en zette keer op keer een grote open kattenkist voor hem neer. Je zou het niet verwachten, maar soms wandelt een kat gewoon naar binnen! Maar Sushi zag het echt niet zitten en wat we ook deden, Sushi liet zich niet vangen. Omdat hij al ontzettend gestrest en al anderhalf uur op de vlucht van de oppas was, besloten we voor een snelle maar minder leuke optie te kiezen: de vangstok.

Net toen Jacques naar de vangstok liep, stak een van de twee dames even haar hoofd buiten de deur. “Lukt het?” vroeg ze. Met grote ogen keek ze hoe Jaqcues de lange vangstok van de grond oppakte. “Oh nee, stikt hij dan niet?” vroeg ze met een klein stemmetje.

Ik schudde mijn hoofd. “Zeker niet!” Hoewel we de stok zelden gebruiken, heeft hij meer voor dan nadelen. We maken Sushi minder bang omdat we niet zo dicht bij hem hoeven te komen, en het werkt ontzettend snel en pijnloos. “Echt waar.” Ik knikte naar de bezorgde vrouw. “We zijn goed getraind en weten precies hoe een vangstok werkt. Hoe sneller we Sushi bij de dierenarts hebben, des te beter. Hij is veel te slim, snel en bang. Hoe langer we achter hem aanzitten, hoe vervelender voor hem en moeilijker het wordt.”

De oppas knikte en deed snel de slaapkamerdeur weer dicht.

Nou was Sushi natuurlijk niet gek. Tot twee keer toe sprong hij doodleuk door de lus van de vangstok heen. Frustratie alom aan onze kant.

Dat pootje is in ieder geval niet gebroken” zei Jacques. “Anders zou het er niet op kunnen staan. Dat is in ieder geval één meevaller.

Maar voor we daar over na konden denken sprong meneer dwars door onze muur van kussens heen en rende hij de trap af. Aarrgghh! Met lood in mijn schoenen liep ik Jacques achterna het slecht verlichtte trappengat in. Met een zaklamp in de hand speurden we tussen de verwarmingspijpen door en vonden Sushi daar. Als een heuse circusartiest had hij zich op een meter hoogte klemgezet tussen de muur en een buis en hij blies fel onze kant uit.

Ok, het moet nu echt gaan gebeuren” zei Jacques. “Veel meer gestrest mag hij niet worden, hij moet zo snel mogelijk naar een dierenarts toe.

Zittend op mijn hurken keek ik naar mijn collega. Mijn dikke leren handschoenen kraakte terwijl ik de open kattenkist stevig vasthield. Met zweet op zijn voorhoofd priegelde Jacques voorzichtig de lus van de vangstok over het kopje van Sushi.

Bingo!” riep Jacques. Sushi bies en graaide met uitgezette nagels om zich heen.

In één vloeiende beweging brachten Jacques en ik Sushi, en de opening van de kattenkist naar elkaar toe. In een laatste poging om zijn huis niet te hoeven verlaten zette Sushi zijn achterpoten schrap tegen de opening van de kist. Ik zou zweren dat ik hem hoorde miauwen: “Ik wil niet!” Snel peuterde ik zijn pootjes van de rand en sloot ik het deurtje van de kattenkist.

Jemig!” riep ik. “Hoezo kat in het bakkie? Wie heeft die uitspraak ooit verzonnen?”.

Is het gelukt?” riep de oppas van boven.

Jazeker” zei Jacques kalm terwijl hij de vangstok alweer opvouwde. Hij had hem slechts enkele seconden nodig gehad.

Mijn hart ging nog steeds als een razende tekeer. Het voelde aan alsof ik net een kilometer had gerend. We brachten de oppasdames en Sushi naar het Medisch Centrum voor Dieren in Amsterdam West.

Ik boog mijn hoofd om nog even naar Sushi te kijken. “Dag moppie” zei ik zacht.

Sushi keek met grote ogen door de tralies van het gesloten deurtje heen. Ik zag het hem denken: Verrader. Ik zou me bijna schuldig voelen, maar als je dit werk een tijdje doet weet je wel beter. Het is soms moeilijk, zowel voor de dieren als voor ons, maar een bezoekje aan de dierenarts moet wanneer het nodig is.

Na een onderzoek door de dienstdoende dierenarts, bleek Sushi een gekneusd pootje en een gebroken nagel te hebben. Met wat pijnstillers onder de poot en een kat in een bakkie kon de oppas weer naar huis toe, waar Sushi een rustige nacht heeft gehad, veilig in zijn eigen huisje.

Iris
Dierenambulance Amsterdam